Agnosticisme komt van het Grieks ''gnoosis'' (weten), met het voorvoegsel ''a-'' (niet). Letterlijk is dus een ''agnost'' "iemand die (het) niet weet".
Wat weet men dan niet? Of er een God is of niet.
Het agnosticisme benadrukt de onmogelijkheid om religieuze waarheden met een traditionele wetenschappelijke aanpak te bewijzen.
De herkomst van het woord "agnosticisme" is precies bekend: het werd voor het eerst gebruikt door de bioloog en voorvechter van het Darwinistisch denken Thomas Henry Huxley
(niet te verwarren met zijn kleinzoon Aldous Huxley|Aldous, de schrijver) op een bijeenkomst van de ''Metaphysical Society'' in 1869 te Londen.
De houding van een agnost staat enigszins tegenover die van de
atheïst, die de stelling betrekt dat er geen God is, zolang daar geen voor hem geldig bewijs voor is.
Het huidige agnosticisme is in de 19e eeuw ontstaan. Beroemde agnosten waren Aldous Huxley, Charles Darwin
en Bertrand Russell. Russell's pamflet Why I am not a christian
is een klassieke tekst van het agnosticisme. Als de oudste agnost
wordt wel Protagoras (480 - 410 v. Chr.) gezien, één van de sofisten. Hij achtte het onmogelijk om het bestaan van de goden uit de
Griekse mythologie te bewijzen. Een bekend citaat van Protagoras is: ''De mens is de maat van alle dingen''.
bron: Wikipedia