| |

Er is een eerste aspect...
Verslaving, onder eender welke vorm, is een ziekte. Daarover
is bijna iedereen het eens.
De gevolgen zijn erg uiteenlopend, maar meestal pijnlijk
voor het individu en kostelijk voor de maatschappij, en het individu.
Het is heel complex en uiteenlopend.
Het is een ziekelijke, overdreven afhankelijkheid van een
product.
Het is een totale lichamelijke afhankelijkheid…
Ik kon bijvoorbeeld vrij lang wachten voor ik mijn eerste
glas bier dronk, maar eens die eerste zwelg was er geen houden aan. Dat was
drinken tot het licht uit ging. De eerste sigaret kon ik uitstellen tot mijn
ogen voldoende open waren om niet mijn vingers te branden en de laatste doofde
ik meestal gelijktijdig met dat zelfde licht.
Lichamelijk was ik totaal
afhankelijk.
Maar er is meer.
Het is een ingesteldheid, een manier van zijn en denken.
De eerste sigaret die ik rookte was op de kermis. Ik had er
eentje geschoten, recht op de neus van die clown, in dat kraam, waardoor hij
een extra lange sigaret in mijn richting spuwde. Ik kan mij niet herinneren dat
ik ziek werd, ik weet wel dat ik in de loop van de volgende week mijn eerste
pakje sigaretten kocht en dat het niet lang duurde voor ik aan het ritme van
één pakje per dag was. Drinken deed ik nog niet, ik had het zelfs nog niet
geproefd.
De examens zaten er op, we hadden onze diploma gekregen en
samen met drie vrienden zouden we een pint gaan drinken. Elk betaalde zijn
rondje en ze vertrokken… maar ik bleef… nog nooit had ik bier gedronken en toch
bleef ik en dronk tot het licht uit ging.
Lichamelijk kon ik onmogelijk verslaafd zijn, wat was er aan
de hand? Wat had ik gevonden? Er moet iets geweest zijn in mijn geest die dit
veroorzaakte.
Het is een probleem van de geest.
En er is nog meer.
Het derde aspect is het meest abstracte, maar het is mijn
redding en ik had er geen idee van.
Dat het een lichamelijk probleem is, dat kan ik begrijpen.
Dat het een geestelijk probleem is al wat minder, pas toen ik gestopt was met
drinken en door het horen van de vele verhalen van andere mensen met verslavingsproblemen
begon ik toe te geven dat het probleem ‘tussen de oren zit’.
Ik kon lichamelijk ontwennen, dat was een kwestie van tijd,
ik kon beseffen dat het probleem in mijn kopje zat, maar daar had ik die
zelfde tijd tegen. Hoe langer ik niet dronk, hoe moeilijker het werd. Wat was
er aan de hand?
Ik was niet alleen geestelijk ziek, het grote gevoel iets te
missen, de onrust, de angsten, de onbegrijpelijke onhebbelijkheden die ik
had/heb, het gebrek een vooruitgang het waren allemaal tekenen van een andere
ziekte. Ik kwam er achter te beschikken over een ziel en die was ziek.
Ik had geen vrede van de geest, geen vrede van de ziel, ik ontdekte dat er
boven het weten, het voelen bestaat, boven het geestelijke het spirituele.
Ik had een zieke ziel.
|
|